Van sleepboten en patrouillevaartuigen tot watertaxi’s en roeiers: dagelijks zijn honderden dienstverlenende schepen actief in de Rotterdamse haven. Hoe kan deze diverse vloot verduurzamen en welke infrastructuur is daarvoor nodig? Uit nieuw onderzoek van CE Delft blijkt dat er volop kansen liggen, maar dat versnelling vooral vraagt om samenwerking, slimme infrastructuur en een gebiedsgerichte aanpak.
De verduurzaming van de havengebonden vloot is al in volle gang. Verschillende organisaties experimenteren met elektrische aandrijving, zetten biobrandstoffen in of onderzoeken alternatieve energiedragers zoals methanol en waterstof. Toch bestaat er geen uniforme oplossing. Een watertaxi met een vaste route heeft immers een heel ander vaarprofiel dan een sleepboot die 24 uur per dag beschikbaar moet zijn.
In opdracht van SmartPort en Topsector Logistiek onderzocht CE Delft de verduurzamingsplannen van havengebonden dienstverleners, de mogelijkheden voor emissiereductie en de benodigde energie- en bunkerinfrastructuur. Hiervoor werden tien organisaties geïnterviewd en werd een gezamenlijke stakeholderbijeenkomst georganiseerd.
Niet één oplossing, maar maatwerk
Het onderzoek laat zien dat batterij-elektrisch varen vooral kansrijk is voor kleinere vaartuigen met voorspelbare routes en voldoende laadmogelijkheden. Voor schepen met een grotere energievraag of langdurige inzet zijn hybride aandrijving en alternatieve brandstoffen, zoals methanol, mogelijk geschikter. Biobrandstoffen zoals HVO bieden op korte termijn mogelijkheden om de uitstoot van bestaande schepen te verminderen.
De grootste uitdaging ligt echter niet alleen bij de schepen zelf. Ook de beschikbaarheid van energie, netcapaciteit, geschikte ligplaatsen en laad- en bunkervoorzieningen bepaalt hoe snel de vloot kan verduurzamen.
Samenwerken aan gedeelde infrastructuur
Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat veel dienstverleners openstaan voor het gezamenlijk gebruiken van energie-infrastructuur. Op locaties waar meerdere organisaties actief zijn, kunnen gedeelde laad- en bunkervoorzieningen investeringskosten en risico’s beperken. Wel zijn duidelijke afspraken nodig over technische standaarden, veiligheid, leveringszekerheid en het gebruik van voorzieningen.
Van verkenning naar concrete stappen
CE Delft adviseert om de kansen voor gedeelde infrastructuur verder uit te werken. Daarbij gaat het onder meer om het identificeren van geschikte locaties, het vergelijken van een centrale servicehaven met een netwerk van laad- en bunkerlocaties en het uitwerken van een concrete demonstratiecasus.
Ook kunnen nu al stappen worden gezet, bijvoorbeeld door technische aansluitingen te standaardiseren, de toekomstige energievraag te bundelen en te zorgen voor voorspelbaar beleid.
Lees het rapport
Het rapport “Verduurzaming havengebonden vloot in Rotterdam – Een verkenning” is uitgebracht door CE Delft, in opdracht van SmartPort en Topsector Logistiek.




